PROOF OF GENIUS #07 — GASTVRIJHEID

PROOF OF GENIUS #07 — GASTVRIJHEID

Wanneer een stad je canvas wordt

Is Leiden zijn canvas?

Beau Artist moet lachen om de vraag. Hij en zijn vriendin hebben geen rijbewijs. Met twee kinderen gebeurt veel op de bakfiets. Zijn wereld speelt zich daardoor voor een belangrijk deel af binnen de stad. Misschien had hij eerst een jaar New York moeten doen, zegt hij. Maar waarom eigenlijk? Leiden verdient volgens hem net zo goed een diversiteit aan plekken, mensen en ervaringen.

Inmiddels is Beau betrokken bij vier horecazaken in Leiden. Geen vier versies van hetzelfde succesvolle concept. Integendeel. Iedere plek moet anders zijn, omdat iedere omgeving anders is. Copy-paste is op dit moment uitgesloten. Langzaam wordt tijdens het gesprek duidelijk dat Beau misschien helemaal geen horecazaken ontwerpt. Hij bouwt omgevingen waarin mensen zich thuis kunnen voelen.

In één oogopslag

Maker
Beau Artist, creatief maker en horecaondernemer.

Werkterrein
Vier verschillende horecaplekken in Leiden.

Achtergrond
Kunst & Economie, opgegroeid tussen verschillende culturen, psychologie, kunst en cultuur.

Specialisme
Hospitality, conceptontwikkeling en het creëren van sociale omgevingen.

Unfair advantage
Nieuwsgierigheid. En snel aanvoelen of een plek een ziel heeft.

Ambitie
Plekken maken die werkelijk iets toevoegen aan de stad en waar verschillende mensen zich welkom voelen.

Opgroeien tussen verschillende werelden

Wellicht begint het al thuis.

Beau groeit op met een Surinaamse vader die psychiater is en een Nederlandse moeder die in de culturele sector werkt. Zijn broer wordt psycholoog. Verschillende culturele perspectieven, menselijke drijfveren, kunst en cultuur zijn daardoor geen afzonderlijke werelden die hij later bij elkaar moet brengen. Ze zijn er vanaf het begin.

Zijn keuze voor de studie Kunst & Economie lijkt achteraf bijna logisch. Het is precies het grensgebied waarin hij later ook terechtkomt: tussen verbeelding en haalbaarheid, tussen cultuur en commercie, tussen iets willen maken en ervoor zorgen dat het daadwerkelijk kan bestaan.

Die combinatie duikt voortdurend op in zijn werk. Want wanneer je Beau vraagt wat hij eigenlijk máákt, moet hij even nadenken. Een restaurant? Een interieur? Een merk? Niet echt. Misschien, zegt hij, maakt hij vooral een omgeving waarin een breed scala aan mensen zich tijdelijk thuis kan voelen. Een plek waar je even afstand neemt van alles wat buiten gebeurt. Goed eten en drinken horen daar vanzelfsprekend bij. Daar moet je als ondernemer net zo goed je liefde in kwijt. Maar eten, drinken, muziek, licht, meubels, kunst en bediening zijn uiteindelijk onderdelen van iets groters. Wellicht is Beau wel decorbouwer, toneelschrijver en regisseur tegelijk. Alleen speelt het publiek zelf de hoofdrol.

Een concept moet een ziel hebben

Beau beweert dat hij binnen dertig seconden kan zien of een horecaconcept een ziel heeft. De kaart. Het interieur. Wie er zit. Hoeveel stoelen ergens zijn neergezet. Wat er aan de muur hangt. Hoe de ruimte zich tot de mensen verhoudt. Of alles bij elkaar hoort of vooral bedacht lijkt. Dat snelle oordeel ontstaat niet uit een checklist.

Je wordt er volgens hem beter in door werkelijk te kijken. Niet alleen kijken, maar zien. Zoals horen nog niet hetzelfde is als luisteren. Dat klinkt misschien eenvoudig, maar volgens Beau zit precies daar een belangrijk verschil tussen mensen die een formule uitvoeren en mensen die een plek begrijpen.

Zijn eigen zaken beginnen daarom niet met een catalogus waaruit meubels, lampen en kleuren worden gekozen. Beau kijkt rond, verzamelt dingen die hem raken en componeert vervolgens een interieur. Mid-century design ligt dicht bij zijn persoonlijke smaak. Maar smaak alleen is niet genoeg. Een plek moet passen bij het gebouw, de buurt, het publiek en het karakter dat daar kan ontstaan. En hij moet kunnen blijven veranderen.

 

Ds C09484 2

Copy-paste is uitgesloten

Dat Beau inmiddels meerdere zaken heeft, betekent niet dat hij een formule ontwikkelt die eindeloos kan worden uitgerold. Eerder het tegenovergestelde. Iedere zaak krijgt een eigen karakter. De omgeving waarin een plek zich bevindt is daarbij medebepalend. Hetzelfde geldt voor de kaart, het team, de muziek, het publiek en het ontwerp.

Diversiteit is voor Beau geen beleidswoord. Het zit in zijn manier van werken. De belangstelling voor andere mensen, culturen, ambachten en vormen van authenticiteit past hem, zoals hij zelf zegt, als een handschoen. Zelfs de muren doen mee.

Voor de kunst in zijn zaken vraagt hij Joosje Bosch om de curatie op zich te nemen. Want ook een muur is meer dan een plaats waar je iets decoratiefs ophangt. Beau ziet hem als een frame. Misschien zelfs als een vervanging van het scherm waar we inmiddels uren per dag doorheen naar de wereld kijken. Hier hangt iets echt. Je kunt eromheen lopen. Er samen naar kijken. Er iets van vinden. Of er helemaal niet op letten omdat degene tegenover je interessanter is.

 

Ds C09056 2

Het grootste compliment: een telefoon die blijft liggen

Er bestaat voor Beau een opmerkelijke graadmeter voor een geslaagde plek. Gasten die niet voortdurend op hun telefoon kijken. Of hun laptop dichtlaten. Begrijp hem goed: er geldt geen verbod. Sommige horecazaken kiezen daar bewust voor, Beau niet. Juist het vrijwillige karakter maakt het interessant. Wanneer mensen vanzelf hun scherm vergeten, gebeurt blijkbaar iets anders dat hun aandacht voldoende vasthoudt.

Een gesprek. De ruimte. Andere mensen. Eenvoudigweg het gevoel dat je ergens graag bent. Zelf experimenteert Beau er inmiddels ook mee. Zijn telefoon blijft steeds vaker thuis, in een la. Heerlijk, vindt hij.

In een tijd waarin vrijwel iedere onderneming probeert zoveel mogelijk minuten van onze aandacht naar een scherm te trekken, bouwt Beau plekken die juist succesvol zijn wanneer het scherm even verdwijnt.

Ds C08264 2

 

Hospitality als social design

Het Engelse woord hospitality klinkt bedrijfsmatig. In het Nederlands hebben we een veel mooier woord: gastvrijheid. Echter wie gastvrijheid werkelijk probeert te organiseren, ontdekt hoe ingewikkeld het is. Wie voelt zich ergens welkom? Wie niet? Hoe formeel is een plek? Hoe wordt iemand begroet? Wat kost iets? Welke muziek klinkt er? Wie werkt er? Welke mensen komen binnen en welke mensen denken al bij de voordeur: dit is niets voor mij? Daarmee krijgt horeca bijna ongemerkt iets maatschappelijks.

Een goed functionerende horecaplek is een kleine sociale wereld. Heel verschillende mensen bevinden zich vrijwillig voor enige tijd in dezelfde ruimte. Ze eten, drinken, praten, werken, kijken naar elkaar, ontmoeten bekenden en soms onbekenden. Beau vindt dat een fascinerend gegeven. Is de manier waarop we gastvrijheid in een restaurant of café organiseren zelfs een kleine blauwdruk voor onze samenleving? Want hoe gastvrij zijn we eigenlijk?

 

Ds C00501

Een team is geen machine

Die gedachte stopt niet bij de gasten. Beaus team groeit mee met zijn ondernemingen. Toch probeert hij daarin iets van een familieprincipe vast te houden. Mensen weten van elkaar wat er speelt. Privésituaties zijn niet volledig losgezongen van het werk. Ups en downs horen bij het leven en dus ook bij een organisatie. Hetzelfde geldt voor fouten. Zero tolerance past daar niet bij. Een fout wordt besproken. Je probeert te begrijpen wat er gebeurt en wat ervan geleerd kan worden. Dat betekent niet dat alles vrijblijvend is. Juist niet. Goed werk leveren en verantwoordelijkheid nemen blijven belangrijk, maar angst is volgens Beau geen bijzonder productieve manier om een omgeving te bouwen waarin mensen zichzelf durven zijn.

En daar ontstaat opnieuw een verbinding met de gast. Wanneer een team plezier, vertrouwen en betrokkenheid voelt, merkt het publiek dat. Wanneer gasten zich zichtbaar prettig voelen, krijgt het team daar op zijn beurt energie van terug. Gastvrijheid beweegt twee kanten op.

Scherm­afbeelding 2026 09 28 Om 12.39.56

Ziekelijk nieuwsgierig

Wanneer Beau zijn eerste zaak begint, heeft hij al enkele jaren horeca-ervaring. Toch moet hij nog enorm veel leren. Dat vindt hij niet erg. Misschien is hij, zoals hij het zelf formuleert, wel ziekelijk nieuwsgierig. Hij leert door te doen en stapt gemakkelijk op mensen af. Vragen stellen aan iemand die ergens veel meer vanaf weet, kost niets. En wie werkelijk belangstelling toont, ontdekt volgens Beau hoe verrassend vaak mensen bereid zijn hun kennis te delen. Nee heb je. Ja kun je krijgen.

Het verbaast hem nog steeds hoeveel deuren opengaan wanneer nieuwsgierigheid niet wordt ingezet als truc, maar voortkomt uit werkelijke interesse in wat iemand anders maakt, weet of heeft bereikt. Nieuwsgierigheid is daardoor meer dan een karaktereigenschap. Het is zijn researchmethode. Kijken. Vragen. Luisteren. Proberen. Fouten maken. Opnieuw kijken.

Welkom op het spekgladde ijs

Door zijn opleiding Kunst & Economie kent Beau het beroemde gat tussen de creatieve opleiding en de economische werkelijkheid al voordat hij ondernemer wordt.

En toch. Als je werkelijk begint, sta je op spekglad ijs. Daarom heeft hij een tamelijk duidelijk advies voor jonge makers die een onderneming willen starten: ga er vooral niet vanuit dat je businesscase klopt. Niet omdat een businesscase zinloos is. Integendeel. Je moet rekenen, scenario's maken, informatie verzamelen en proberen te begrijpen waar je aan begint. Maar de werkelijkheid houdt zich niet aan Excel.

Er gebeurt altijd iets wat niet in rij 38 van je spreadsheet staat. Een verbouwing wordt duurder. Een vergunning duurt langer. Personeel valt uit. Een product blijkt minder goed te lopen dan verwacht. Een idee waarvan iedereen overtuigd is, werkt niet. Iets waarvan niemand veel verwacht, slaat juist aan.

Ga daarom praten met mensen die het al hebben gedaan, zegt Beau. Vraag waar zij zich op verkeken. Wat zij achteraf anders zouden doen. Welke fout geld heeft gekost. Waar ze wakker van hebben gelegen. Wees nieuwsgierig vóórdat de rekening komt.

Ondernemen zonder de maker kwijt te raken

Een goed voorbereid mens telt voor twee, luidt het spreekwoord. Voor Beau mogen dat er gerust drie of vier zijn. Vooral wanneer je als jonge maker begint. Onwetendheid is romantisch zolang er weinig op het spel staat. Zodra huur, salarissen, investeringen en leveranciers betaald moeten worden, kan dezelfde onwetendheid je droom kosten. En dat vindt hij eeuwig zonde.

Het opmerkelijke is dat die zakelijke werkelijkheid hem niet minder maker maakt. Het ondernemerschap wordt onderdeel van het creatieve proces. Een idee is immers pas interessant wanneer het kan bestaan. Je kunt de mooiste omgeving ter wereld bedenken, maar iemand moet de begroting maken. Een tafel bestellen. Een rooster vullen. Een leverancier bellen. Een rekening controleren. Een moeilijk gesprek voeren. Zorgen dat morgen de deur opnieuw open kan. Creativiteit en ondernemerschap staan daarmee niet tegenover elkaar. Het ene houdt het andere in leven.

Soms afwasser, soms regisseur

Beau wordt nog altijd blij wanneer hij een van zijn zaken binnenstapt. Zijn rol verandert voortdurend. Soms staat hij in de keuken. Soms op de vloer. Soms helpt hij met afwassen. Op andere momenten is hij administrateur, ondernemer of gesprekspartner tijdens een overleg met het team. Misschien zit daar wel iets wezenlijks. Hij heeft geen behoefte om boven het systeem te gaan hangen dat hij zelf helpt bouwen. Hij wil er middenin blijven.

Kijken wat werkt. Voelen wat niet werkt. Een stoel verplaatsen. Iemand spreken. Een detail veranderen. Want een horecazaak is voor Beau nooit echt af. Zodra je denkt dat het concept voltooid is en alleen nog hoeft te worden uitgevoerd, dreigt precies te verdwijnen wat de plek interessant maakte. Het leven zelf.

Het leren mag nooit stoppen

Daarmee komen we terug bij nieuwsgierigheid. Voor Beau stopt het leerproces niet wanneer je ondernemer bent geworden, personeel hebt of meerdere succesvolle zaken runt. Misschien begint het dan pas echt.

Want iedere nieuwe plek stelt andere vragen. Ieder team werkt anders. Iedere generatie gasten brengt nieuwe gewoontes mee. Een stad verandert. Culturen veranderen. Wat gisteren vanzelfsprekend lijkt, kan morgen gekunsteld voelen. Wie niet meer leert, sluit zich daarvoor af. En precies daar ligt voor Beau een grens. Wanneer het leren stopt, begint voor hem iets dat verdacht veel op mislukken lijkt. Niet omdat alles voortdurend groter moet worden. Maar omdat stilstand niet past bij iemand die nieuwsgierig is naar mensen en naar de wereld om hem heen.

Waarom dit ertoe doet

We praten over horeca gemakkelijk in categorieën. Goed eten. Mooie inrichting. Goede locatie. Sterk concept. Vriendelijke bediening. Beau laat zien dat een interessante horecaplek ontstaat in de verbinding daartussen. Een stoel is niet alleen een stoel. Een menukaart is niet alleen een lijst producten. Een medewerker is geen onderdeel van een productieproces en een gast is geen transactie aan tafel zeven.

Samen vormen ze tijdelijk een sociale omgeving. Daarmee komt zijn opleiding Kunst & Economie ineens op een onverwachte manier terug. Kunst leert kijken, verbeelden en betekenis geven. Economie dwingt een idee zich tot de werkelijkheid te verhouden. Psychologie en cultuur zitten vanuit zijn jeugd al in de bagage.

Beau brengt die werelden niet theoretisch bij elkaar. Hij bouwt er plekken mee. Plekken waar mensen eten en drinken, zeker. Maar vooral plekken waar ze elkaar ontmoeten, hun telefoon soms vergeten en zich een paar uur onderdeel voelen van een kleine gemeenschap. En waarschijnlijk is dat wel precies de Proof of Genius van Beau Artiste: hij ontwerpt geen horecaformules, maar omstandigheden waarin mensen graag mens zijn.

De stad is daarbij niet zijn afzetmarkt.

Het is zijn canvas.

 

https://www.barlokaal.nl/

https://voorafentoe.nl/

https://www.pinosandwichshop.com/

https://www.detuinvandesmid.nl/

Peter Guido de Boer redactie Artist

Redactie en andere creatieven schrijven regelmatig voor Oddny.

"Word vandaag lid van onze community"
Oddny

Edit Content