Het imposter syndroom bij creatieven
Er is een reden waarom faalangst bij creatief werk zo diep gaat.
Het imposter syndroom bij creatieven
Waarom zelftwijfel niet betekent dat je een bedrieger bent, misschien juist het tegenovergestelde
Je rondt net een opdracht af. De klant is tevreden. Misschien zelfs enthousiast. En toch zit die stem er meteen weer. Heel zacht, maar venijnig duidelijk: ze hebben het nog niet door. Straks ontdekken ze dat je eigenlijk niet weet wat je doet. Dat je geluk hebt gehad. Dat het volgende project het moment is waarop alles instort.
Herken je dit? Dan deel je iets met driekwart van alle werkende vrouwen en de helft van alle mannen in Nederland. Dat blijkt uit onderzoek van Vréneli Stadelmaier, de eerste Nederlandse die het imposter syndroom grondig bestudeert. En bij creatieven, ontwerpers, fotografen, kunstenaars, makers, ligt dat percentage waarschijnlijk nog (veel) hoger. Het bijzondere is ook nog eens dit: hoe succesvoller iemand is, hoe hardnekkiger die twijfel vaak blijft.
Wat bedoelen we eigenlijk als we het over het imposter syndroom hebben?
De term ontstaat in 1978 en komt van de Amerikaanse psychologen Pauline Clance en Suzanne Imes. Zij beschrijven mensen die hun successen toeschrijven aan geluk, timing of, nog erger, misleiding. Alles behalve aan hun eigen kunnen.
Maar belangrijk: het is geen officiële diagnose. Jasmine Vergauwe van de Universiteit Gent doet er uitgebreid onderzoek naar en gebruikt bewust liever niet het woord syndroom. Zij zegt: het is geen psychologische aandoening, maar een set gevoelens die je ergens op een spectrum ervaart.
Dus de vraag is niet: heb ik het imposter syndroom? De vraag is: wanneer en hoe vaak ervaar ik die gevoelens? En wat doe ik ermee?
Waarom voelen creatieven dit zo sterk?
Er is een reden waarom faalangst bij creatief werk zo diep gaat. Als accountant weet je aan het eind van de dag of de boeken kloppen. Als ontwerper weet je dat nooit helemaal zeker. Creativiteit laat zich niet meten. Je kunt alleen afgaan op wat jij ervan vindt, en op wat anderen ervan vinden. En die twee liggen zelden netjes op één lijn.
Fotograaf Bertien van Manen is al meer dan vijftig jaar actief. Haar werk hangt in musea over de hele wereld. En toch zegt ze in een interview: “Ik ben ontzettend onzeker, ik heb die waardering heel erg nodig en als die niet komt, dan ben ik dus niet goed.” Vijftig jaar. Wereldfaam. En nog steeds die stem.
En Ed van der Elsken, misschien wel Nederlands beroemdste straatfotograaf, beschrijft zijn aansluiting bij een groep bohemiens in Parijs als passend bij zijn “gevoel van onzekerheid, kwaadheid, depressiviteit, defaitisme, de hele reutemeteut.” Die gevoelens staan zijn werk niet in de weg. Ze zijn juist de motor.
De lat ligt altijd hoger
Wat creatief werk onderscheidt van bijna alle andere beroepen is dit: er is geen finishlijn. Atleten stoppen meestal als ze alle medailles hebben gewonnen. Creatieven doen dat niet. Elke opdracht voelt als een nieuw begin. Elke keer opnieuw dat lege canvas. Dat blanco document. Dat idee dat nog niet bestaat. En met elke stap vooruit verschuift de maatstaf. Wat gisteren een doorbraak is, voelt vandaag als het minimum. De lat ligt hoger. Altijd hoger.
Lucebert schrijft: “Alles van waarde is weerloos.” Die regel uit zijn gedicht De zeer oude zingt staat in grote neonletters op een gebouw in Rotterdam. Hij wordt eindeloos geciteerd, soms misbruikt, maar de kern blijft overeind. Wat echt waardevol is, kan zichzelf niet verdedigen. Het is kwetsbaar. Breekbaar. Weerloos. Creatief werk maakt betekenis zichtbaar, en betekenis is maar al te vaak weerloos.
Is twijfel dan eigenlijk een goed teken?
Hier wordt het interessant. John Steinbeck schrijft in 1938 in zijn dagboek: “Ik ben geen schrijver. Ik houd mezelf en anderen voor de gek. Ik weet helemaal niet wat ik aan het doen ben.” Een jaar later publiceert hij The Grapes of Wrath. Daarna wint hij de Nobelprijs voor Literatuur.
Bertrand Russell formuleert het nog scherper: “Het fundamentele probleem van onze tijd is dat domme mensen vol zelfvertrouwen zijn, terwijl intelligente mensen vol twijfel zitten.” Echte bedriegers, mensen die werkelijk incompetent zijn, twijfelen meestal niet aan zichzelf. Ze missen juist het vermogen tot zelfreflectie dat nodig is om te zien hoe groot de kloof is tussen wie ze zijn en wie ze pretenderen te zijn.
Jouw twijfel is dus geen bewijs dat je niet deugt. Het is bewijs dat je de complexiteit van je vak ziet. Dat je weet wat je nog niet weet. Dat je standaarden hebt. Neurowetenschappers ontdekken dat onzekerheid zowel de linker- als de rechterhersenhelft activeert, precies de combinatie die creativiteit stimuleert. Onzekere mensen zijn niet ondanks hun twijfel creatief, maar ook mede dankzij die twijfel.
Wanneer wordt het wél een probleem?
Twijfel die je scherp houdt, is waardevol. Twijfel die je verlamt, niet. Het wordt problematisch wanneer je opdrachten afslaat omdat je denkt dat je het niet aankunt. Wanneer je je tarieven verlaagt omdat je niet gelooft dat je werk het waard is. Wanneer de angst om ontmaskerd te worden groter wordt dan de drang om te maken.
Die stem in je hoofd, Stadelmaier noemt het de imposter stem, kost je dan letterlijk geld. Uit onderzoek blijkt dat vrouwen gemiddeld lagere uurtarieven hanteren dan mannen, zelfs met dezelfde opleiding en ervaring. Deels komt dat door sectorverschillen, maar deels ook door iets anders. Vrouwen schrijven hun succes vaker toe aan externe factoren. Ze onderhandelen minder. Ze twijfelen meer.
Onzekerheid als ondernemer vertaalt zich dan naar lagere inkomsten, overwerken om te compenseren en uiteindelijk…..een burnout? De creatieve conditie, die eeuwige cyclus van twijfel, maken, loslaten en opnieuw beginnen, verandert dan in een valkuil in plaats van een motor.
Hoe ga je ermee om?
Er is geen vijfstappenplan. Geen checklist die twijfel laat verdwijnen. Maar er zijn wel dingen die helpen.
Het begint bij herkennen dat het bestaat. Alleen al weten dat bijna elke creatief dit kent, maakt het minder eenzaam. Je bent geen uitzondering. Je bent geen bedrieger. Je deelt een ervaring met iedereen die ooit iets maakt dat ertoe doet. Verzamel bewijs. Niet om jezelf wijs te maken dat je briljant bent, maar om de werkelijkheid naast het gevoel te leggen. Positieve feedback. Herhaalopdrachten. Het simpele feit dat je al jaren je brood verdient met creatief werk.
Praat erover. Onderzoek laat zien dat steun op de werkvloer, een cultuur waarin twijfels uiten normaal is, de sterkste buffer vormt tegen imposter gevoelens. Dat geldt voor teams, maar ook voor freelancers die bewust een netwerk om zich heen bouwen.
En misschien helpt dit ook: accepteer dat het mogelijk nooit helemaal weggaat. En dat dat niet erg is. Je kunt uitstekend werk leveren en je toch afvragen of je goed genoeg bent. Die twee kunnen prima naast elkaar bestaan.
Betekenis beschermen
Misschien zit hier de kern van alles. Creatief werk is geen product dat je één keer perfectioneert en daarna herhaalt. Het is telkens opnieuw een sprong in het onbekende vanaf de hoge duikplank. Zonder vangnet. Zonder garantie. Wat je maakt, is hoe je betekenis geeft aan je bestaan. En juist omdat dat zo waardevol is, is het ook weerloos. Kwetsbaar voor kritiek, voor misverstanden, voor juridische claims, voor periodes waarin je niet kunt werken. Voor alles wat de ruimte om te creëren bedreigt.
Die kwetsbaarheid wegnemen kan niet. Maar je kunt wel zorgen dat de praktische kant, het financiële, het juridische, het zakelijke, niet nóg een extra bron van onzekerheid wordt. Zodat je energie gaat naar waar die hoort: het werk zelf.
Je hoeft jezelf niet te ontmaskeren. Je hoeft alleen te blijven maken.
Wat elke creative zou moeten weten. Ontvang onze beste gidsen en inzichten direct in je inbox.