Takje & Twijgje in gesprek
Takje:
Zeg, twijgje…
heb jij ooit stilgestaan bij de omvang van ons bestaan?
Twijgje:
Omvang?
Ik dacht altijd dat wij juist het fluisteren van de boom waren
klein, haast vergeten.
Takje:
Dat lijkt zo, ja.
Maar zie hoe wij elkaar raken, kruisen,
lijnen trekken in de lucht zonder dat iemand het benoemt.
Wij schrijven verder waar de stam ooit begon.
Twijgje:
Dus jij denkt…
dat wij niet alleen deel zijn van iets groters?
Takje:
Niet slechts deel
wij zijn de hand die het grotere vormt.
Zonder ons geen vertakking,
zonder vertakking geen verhaal.
Twijgje:
Vreemd.
Dat iets zo licht, zo breekbaar,
zoveel gewicht kan dragen.
Takje:
Breekbaarheid is geen einde
het is een andere manier van bewegen.
Zelfs wegwaaien is een vorm van blijven.
Twijgje:
Hm…
Vertel me dan eens eerlijk
wat onderscheidt jou van mij?
Takje:
Misschien ben ik slechts
een twijgje dat droomt van verder reiken.
Twijgje:
Of ben ik een takje
dat nog niet weet dat het al groeit.
Takje:
Zie je daar begint het:
in het vermoeden van groei.
Twijgje:
En als we vallen?
Takje:
Dan veranderen we van betekenis.
We worden dragers van nieuw begin
een nest, een bedding, een schuilplaats voor morgen.
Twijgje:
Dus zelfs los van de boom
blijven we van waarde?
Takje:
Misschien juist dan.
Wanneer we niet langer vastzitten,
maar vrij zijn om te dienen waar we landen.
Twijgje:
Ik begin het te zien…
We buigen, we vlechten,
we dragen zonder te vragen.
Takje:
Architectuur zonder plan,
orde zonder ontwerp.
Twijgje:
En altijd in beweging
meegevend, maar zelden gebroken.
Takje:
Wij maken ruimte
voor wat nog moet komen.
Twijgje:
En we zijn overal, nietwaar?
Takje:
In vormen, in structuren,
in gedachten die zich vertakken in stilte.
Twijgje:
Dus eigenlijk…
zijn wij het begin van veel meer dan we beseffen.
Takje:
En nooit werkelijk het einde.
Twijgje:
Denk je dat onze ideeën ook verder groeien?
Takje:
Onvermijdelijk.
Ze vertakken zich, zoals wij dat doen
zoekend naar licht.
Twijgje:
En waar komen ze terecht?
Takje:
Waar ze worden opgevangen, gedeeld,
waar ze wortel schieten in andere geesten.
Twijgje:
Een netwerk dus.
Takje:
Een levend, ademend web.
Twijgje:
Niet slecht…
voor iets dat men klein noemt.
Takje:
Klein is slechts een perspectief
geen waarheid.