PROOF OF GENIUS #06 — AMBACHT

PROOF OF GENIUS #06 — AMBACHT

Wanneer je handen het denken overnemen

Wie Lois Vlasblom uitsluitend een stukadoor noemt, mist de helft van het verhaal. Hij restaureert ornamentenplafonds die teruggaan tot de zeventiende eeuw, reconstrueert technieken van ambachtslieden die eeuwen geleden werkten, ontwerpt nieuw sierwerk en leidt nieuwe meesters op. Negen jaar duurt het voordat je je werkelijk meester stukadoor kunt noemen. Lois weet waarom. In zijn atelier in Zevenhuizen draait het niet alleen om gips, kalk en gereedschap, maar om iets wat veel moeilijker overdraagbaar is: het moment waarop kennis uit je hoofd verdwijnt en in je handen gaat zitten.

In één oogopslag

Maker
Lois Vlasblom, ambachtsman met een kunstenaarsachtergrond, ondernemer, docent en voorzitter van het Neerlandsch Stucgilde.

Bedrijf
Elvee Stucwerk in Zevenhuizen — gespecialiseerd in restauratie, ornamenten, sierwerk en bijzonder stukadoorswerk.

Achtergrond
Willem de Kooning Academie, docent beeldende kunst, daarna steeds verder het stukadoorsvak in.

Specialisme
Restauratie en sierwerk.

Unfair advantage
Ruimtelijk inzicht.

Ambitie
Doorgaan. In zijn eigen woorden: tot hij omvalt.

 

Negen jaar leren kijken

Negen jaar. Zo lang duurt het volgens Lois Vlasblom voordat je de weg van aspirant-gezel via gezel naar meesterschap werkelijk aflegt. Niet negen jaar achter een schoolbank, maar negen jaar kijken, doen, opnieuw doen, materiaal leren begrijpen, fouten maken en langzaam ontdekken dat een millimeter soms helemaal geen millimeter is.

De meesteropleiding alleen al duurt drie jaar. Je begint er bovendien pas aan wanneer je Gezel Stukadoor bent en meerdere jaren praktijkervaring meebrengt. De lessen vinden plaats in Veenendaal en behandelen onder meer restaureren, schade- en sporenonderzoek, bouwgeschiedenis, gereedschappen, recepturen, lijstwerk en ornamenten. Lois geeft er periodiek zaterdag les, van acht uur 's morgens tot vier uur 's middags. Vanuit Zevenhuizen kun je daar nog 3 uurtjes reistijd aan toevoegen. De overige vijf/zes werkdagen staat hij gewoon in zijn bedrijf. Een zesdaagse werkweek klinkt bij Lois daardoor niet als een tijdelijke piek. Het lijkt eerder de standaardinstelling.

Img 6635

Een stuk hout dat je nergens kunt kopen

We lopen door het atelier. Een gipsmolen. Gereedschap. Proefstukken. Mallen. Ornamenten. Materiaal dat voor een buitenstaander vooral wit lijkt, maar voor de vakman een complete wereld aan eigenschappen bezit. Dan ligt daar een merkwaardig houten werktuig: het kruishout. Je koopt het niet. Je maakt het zelf.

En precies daarom vertelt zo'n ogenschijnlijk simpel stuk gereedschap misschien meer over het ambacht dan een kast vol moderne machines.

Het kruishout dient onder meer om zuivere ellipsen uit te zetten, bijvoorbeeld voor sierwerk op een plafond. Het principe is bijna prachtig in zijn eenvoud. Twee geleidingen staan haaks op elkaar. Aan een bewegende lat zitten twee vaste punten die elk door één van die geleidingen lopen. Terwijl de lat beweegt, schuift het ene punt horizontaal en het andere verticaal. Het uiteinde van de lat beschrijft daardoor vanzelf een perfecte ellips.

Geen software. Geen laser. Geen algoritme. Een paar stukken hout en geometrie. Maar je moet wel weten hoe groot de ellips moet zijn, waar hij in de ruimte hoort, welke verhoudingen kloppen en wat er daarna omheen gebeurt. En daar begint Lois' echte voordeel.

Img 6630

Het unfair advantage: zien wat er nog niet is

Als we hem vragen wat hem onderscheidt van andere vakmensen, hoeft hij niet lang na te denken. Ruimtelijk inzicht. Dat klinkt aanvankelijk bijna te eenvoudig, totdat hij begint uit te leggen hoe lijstwerk, plafond, ornament, wand, raam en proportie zich tot elkaar verhouden. Stucwerk is nooit alleen een lijst langs een plafond.

Een ruimte heeft ritme. Symmetrie. Assen. Verhoudingen. Een ornament kan op zichzelf prachtig zijn en tegelijkertijd een complete kamer uit balans trekken. Van oudsher kiezen opdrachtgevers hun sierwerk vaak uit catalogi. Lijsten, rozetten, consoles en ornamenten vormen het alfabet; de stukadoor maakt er de zin van. Maar precies daar ontstaat het verschil tussen uitvoeren en ontwerpen. Lois ziet combinaties voordat ze bestaan.

Het kruishout is daarmee meer dan gereedschap. Het is bijna een metafoor voor hoe hij werkt: je legt een paar vaste punten vast en laat daarbinnen een vorm ontstaan die precies klopt.

Wanneer de handen het overnemen

Er komt tijdens het gesprek een vraag die bij Oddny steeds opnieuw opduikt wanneer we makers spreken: Wanneer nemen je handen het eigenlijk over van je hoofd? Lois herkent het onmiddellijk. Bij stucwerk gebeurt iets merkwaardigs. Mortel is geen passief materiaal. Gips, kalk en andere bindmiddelen hebben hun eigen tijd, viscositeit, temperatuur en gedrag. Het materiaal verandert terwijl je ermee werkt.

Je voelt wanneer het kan. Je voelt wanneer je moet wachten. Je voelt wanneer je te laat bent. Op een bepaald niveau denkt de stukadoor daar nauwelijks nog bewust over na. De hand reageert voordat het brein de handeling in woorden kan omschrijven. Dat is geen romantiek rond ambacht. Het is kennis. Alleen bevindt die kennis zich niet uitsluitend in het hoofd. Ze zit in vingers, polsen, schouders, ogen en duizenden uren ervaring.

Scherm­afbeelding 2026 09 08 Om 10.33.51

Kunstenaar, ambachtsman én ondernemer

Dat Lois zichzelf in de eerste plaats als ambachtsman ziet, is interessant. Zijn oorspronkelijke route loopt namelijk via de Willem de Kooning Academie, waar hij zich richt op het docentschap beeldende kunst. Tijdens zijn academietijd werkt hij al als stukadoor; in 2006 begint hij Elvee Stucwerk. Die achtergrond blijkt geen omweg naar het ambacht, maar juist een versterking ervan. Kijken, compositie, proportie, ruimtelijk denken en het vermogen om een vorm al te zien voordat die bestaat: precies die beeldende bagage maakt hem als specialist uitzonderlijk sterk.

Kunst en ontwerp verdwijnen daarmee niet. Ze krijgen alleen een andere plek. Lois laat zich niet beperken door het onderscheid tussen kunstenaar en vakman; hij gebruikt het ene om het andere beter te maken. Voor het meeste werk voert het ambacht de boventoon. Een lijst moet kloppen. Een vlak moet goed zijn. Restauratiewerk vraagt discipline en kennis, geen behoefte om jezelf als kunstenaar tussen gebouw en geschiedenis te plaatsen. Maar soms komt er een opdracht waarbij alles samenvalt. Zoals een plafond waarop een vliegend hert verschijnt, het imposante keverinsect, voor een wijnbar.

Dan komen beeldend vermogen, ontwerp, compositie en stukadoorsvak bij elkaar. Niet omdat ieder plafond kunst moet worden, maar omdat het vak die mogelijkheid in zich draagt.

 

Img 6633

Restaureren is teruggaan in de tijd

Lois' grote passie ligt bij sierwerk en restauratie. Bij restauratie hanteert hij een helder uitgangspunt: je probeert terug te keren naar de manier waarop iets ontstaat op het moment dat het oorspronkelijke werk wordt gemaakt. Dus niet: hoe lossen we dit tegenwoordig zo efficiënt mogelijk op? Maar: hoe zit dit oorspronkelijk in elkaar? Welke mortel gebruikt de maker? Welke drager? Welke techniek? Welke gereedschappen? Wat vertelt het gebouw zelf? Dat betekent soms dat technieken terugkomen die tegenwoordig bijna niemand meer kent.

Totdat de historische werkelijkheid en het gezonde verstand met elkaar botsen. Want wanneer blijkt dat iemand ooit rietstengels één voor één in andere rietstengels schuift om een bepaalde constructie te maken, kun je natuurlijk besluiten die methode tot de laatste vezel te reconstrueren. Je kunt ook concluderen dat zelfs erfgoed af en toe recht heeft op enige praktische intelligentie. Restauratie is voor Lois daarom geen religieus naspelen van het verleden. Het is begrijpen wat de oorspronkelijke maker doet, waarom hij het doet en vervolgens zorgvuldig beslissen hoever je daarin teruggaat.

Img 6640

Zwaar werk met een hoge intelligentie

Wie alleen naar het eindresultaat kijkt, mist gemakkelijk wat eraan voorafgaat. Stukadoorswerk is fysiek zwaar. Veel gebeurt boven schouderhoogte. Op steigers. Tegen plafonds. Met emmers en materiaal dat de zwaartekracht merkwaardig genoeg altijd aan zijn kant heeft. Bij bepaalde werkzaamheden gebruikt Lois een exoskelet om armen en schouders te ondersteunen. En tegelijkertijd vraagt hetzelfde vak om extreem nauwkeurig rekenen. Daarmee komen we bij een onderwerp dat in creatieve beroepen opmerkelijk vaak pas ná het maken ter sprake komt: geld.

Lois werkt regelmatig voor een aangenomen som. Vooraf spreek je af wat een project kost. Dat klinkt overzichtelijk. Totdat een klus die honderd uur vraagt er honderdtwintig blijkt te kosten. Het materiaal vormt dan niet eens altijd het grootste probleem. Tijd wel.

Een paar dagen extra met meerdere mensen kunnen het rendement van een opdracht eenvoudig laten verdwijnen. Voor een opdrachtgever is het bovendien lang niet altijd zichtbaar hoeveel werk zich achter een paar meter lijstwerk, een ornament of een gerestaureerd plafond verschuilt. Wie uitsluitend het eindresultaat ziet, ziet vooral een mooie muur. Wie het maakt, ziet uren.

Img 6629

Ondernemer worden zonder op te houden maker te zijn

Dat spanningsveld loopt door het hele gesprek. Lois is maker, kunstenaar, vakman, maar óók werkgever en ondernemer. En ook daar laat hij zich niet beperken door zijn oorspronkelijke achtergrond. Hij leert calculeren, risico's inschatten, personeel aansturen, investeren en vooruitkijken — niet als een noodzakelijk kwaad naast het maken, maar als voorwaarden om op hoog niveau te kunnen blijven maken. Zodra je personeel hebt, verandert risico van een abstract ondernemersbegrip in iets heel concreets. Wanneer een medewerker van een steiger valt en lange tijd niet kan werken, lopen salarisverplichtingen door. Wanneer een bedrijfsbus vervangen moet worden door een elektrische variant, gaat het ineens over tienduizenden euro's. Wanneer een restauratie tijdens het openmaken van een gebouw iets totaal anders blootlegt dan iedereen verwacht, verandert een nette calculatie binnen een paar dagen in een financieel vraagstuk.

Vakmanschap alleen beschermt je daar niet tegen. Juist daarin wordt Lois interessant als voorbeeld voor andere makers: artistieke en ambachtelijke autonomie worden sterker wanneer je ook zakelijk begrijpt wat je doet. Ondernemerschap staat bij hem niet tegenover het maken; het maakt continuïteit, vrijheid en kwaliteit mogelijk.

Scherm­afbeelding 2026 09 08 Om 10.36.02Het gevaarlijkste moment: wanneer het geld binnenkomt

Voor beginnende zelfstandigen ziet Lois nog een ander risico. De eerste facturen worden betaald. Er staat ineens geld op de rekening. Dat voelt fantastisch. En precies daarin schuilt het gevaar. Want niet al dat geld is van jou. De fiscus meldt zich. Materiaal moet worden betaald. De bus kost geld. Gereedschap slijt. Een klus loopt uit. Een opdrachtgever betaalt later dan verwacht. Een ondernemer die alleen naar zijn banksaldo kijkt, kan zich daardoor rijk rekenen met geld dat feitelijk al verschillende bestemmingen heeft. Wie begint, weet volgens Lois vaak nauwelijks wat er allemaal op hem afkomt. Dat is geen gebrek aan intelligentie. Niemand begint een creatief of ambachtelijk beroep omdat hij droomt van liquiditeitsplanning, belastingreserveringen en arbeidsongeschiktheidsrisico. Maar vroeg of laat liggen ze allemaal op dezelfde werkbank.

Verzekeren wat nauwelijks te verzekeren valt

Daarom komen we ook bij de arbeidsongeschiktheidsverzekering. Lois is kritisch. Wie zijn inkomen als zelfstandig vakman werkelijk volledig wil verzekeren, komt volgens hem bij premies uit die voor veel ondernemers nauwelijks aantrekkelijk of betaalbaar zijn. Een polis kan daardoor zekerheid suggereren terwijl de feitelijke dekking veel beperkter is dan iemand denkt. Zijn alternatief is collectiever: wanneer de politiek zelfstandigen werkelijk tegen arbeidsongeschiktheid wil beschermen, organiseer dan een breed fonds waaraan zelfstandigen gezamenlijk deelnemen.

Je kunt het met zijn analyse eens zijn of niet, maar het onderliggende probleem is reëel: juist mensen die hun inkomen letterlijk met hun lichaam verdienen, voelen scherp hoe direct gezondheid, arbeid en financiële continuïteit met elkaar verbonden zijn. Een ontwerper kan met een gebroken been misschien nog achter een laptop zitten. Een stukadoor die zijn arm niet kan gebruiken, heeft een ander probleem.

Een huis als proefschrift

Dan is er nog het huis. Lois koopt het met zijn gezin als bouwval en werkt er ongeveer zeven jaar aan. Wie verwacht dat een stukadoor na een volle werkweek thuis vooral géén stucwerk meer wil zien, kent Lois nog niet. Het huis verandert bijna in een persoonlijk laboratorium. Muren van hennepkalk, Jugendstil-sierwerk, afgekante kozijnen en allerlei technieken komen samen. Niet als showroom waarin ieder kunstje afzonderlijk aandacht opeist, maar als bewijs dat materiaal, architectuur en vakmanschap één geheel kunnen vormen.

Het opvallendste is misschien niet eens het huis. Het is Lois zelf. Zes dagen werken. Lesgeven. Een bedrijf leiden. Projecten uitvoeren. Restaureren. Een gezin. Een huis verbouwen. En daarnaast is hij al vier jaar voorzitter van het Neerlandsch Stucgilde een rol die hij naar verwachting nog een termijn vervult. Zijn voorzitterschap is ook terug te vinden in de jubileumpublicatie van het Gilde. Toch zit tegenover ons geen man die eruitziet alsof hij dringend drie maanden vakantie nodig heeft. Integendeel. Hij barst van de energie.

De energie van een verwezenlijkte droom

Misschien ligt daar uiteindelijk de kern. Werk kost energie. Maar werk kan ook energie teruggeven. Wanneer wat je doet samenvalt met wat je wilt kunnen, wilt leren en wilt betekenen, verandert inspanning van karakter. Lois verwezenlijkt een droom en houdt die vervolgens levend. Niet door hem één keer te bereiken, maar door hem iedere dag opnieuw uit te voeren.

In gips. In kalk. In een leerling die op zaterdag ontdekt hoe een oude techniek werkt. In een ornament dat opnieuw verschijnt waar het decennia ontbreekt. In een zelfgemaakt stuk hout waarmee je een perfecte ellips tekent. Hij wil ermee doorgaan. Tot hij omvalt. Bij Lois klinkt dat niet dramatisch. Meer als een planning.

AI? Gereedschap, geen vervanger

Natuurlijk komt ook AI ter sprake. Lois is er niet bang voor. Misschien wordt AI een handig hulpmiddel. Voor ontwerpen, visualisaties, maatvoering, voorbereiding of om sneller varianten te onderzoeken. Zoals zoveel nieuwe technieken kan het het gereedschap van de vakman uitbreiden. Maar het vak zelf verdwijnt er niet mee.

Een plafond stukadoren blijft een plafond stukadoren. Mortel moet worden aangemaakt, aangebracht, gevoeld en op precies het juiste moment worden bewerkt. Een ornament moet passen bij een ruimte. Bij restauratie moet je ter plekke zien wat er onder een laag verf of pleisterwerk vandaan komt. Geen model voelt de weerstand van natte kalk in een spaan. AI kan misschien helpen bedenken hoe iets zou kunnen. Lois moet het nog altijd maken. En wellicht is dat wel een geruststellende gedachte. Hoe slimmer onze digitale gereedschappen worden, hoe zichtbaarder het verschil wordt tussen informatie en beheersing. Tussen weten wat een ellips is en hem perfect op een plafond kunnen zetten.

Het blijft handwerk.

Waarom dit ertoe doet

We spreken veel over de kenniseconomie, AI, innovatie en nieuwe technologie. Daardoor ontstaat soms de indruk dat vooruitgang vooral plaatsvindt op een beeldscherm. Lois kijkt eigenlijk heel anders naar technologie: als een vakman naar ieder nieuw gereedschap kijkt. Als het helpt, gebruik je het. Maar uiteindelijk moet iemand nog steeds op de steiger staan. Hier bevindt kennis zich ook in een hand. In de weerstand van een mortel. In een blik op een plafond. In het vermogen een beschadigd ornament te lezen. In weten welke millimeter ertoe doet en welke niet. En vooral in het feit dat die kennis tijd nodig heeft.

Je kunt informatie versnellen. Je kunt een handleiding digitaliseren. Je kunt een afbeelding genereren en een constructie door software laten berekenen. Maar negen jaar ervaring download je niet. Dat maakt ambacht misschien wel buitengewoon modern. In een wereld waarin bijna alles sneller kan, stijgt de waarde van dingen die alleen langzaam goed kunnen worden. En is dat wel precies de Proof of Genius van Lois Vlasblom: niet dat hij met zijn handen werkt, maar dat zijn handen inmiddels weten wat ze doen voordat hij het hoeft uit te leggen.

https://elveestucwerk.nl/

Peter Guido de Boer Redactie

Redactie en andere creatieven schrijven regelmatig voor Oddny.

"Word vandaag lid van onze community"
Oddny

Edit Content